Makelaarsbegrippen die met een P beginnen
Pacht: Het tijdelijk in gebruik nemen van grond in ruil voor een vergoeding aan de eigenaar.
Pakketverkoop: Verkoop waarbij meerdere onroerendgoedobjecten samen worden verkocht.
Pand: Een gebouw of structuur, ook wel object genoemd.
Pandakte: Document waarin de overdracht van onroerend goed wordt bekrachtigd.
Pandbrieven: Een soort obligaties die zijn uitgegeven door een hypotheekbank en die zijn gedekt door de hypothecaire leningen van die bank.
Pandhouder: Een schuldeiser die een pandrecht heeft op bepaalde bezittingen van de schuldenaar.
Pandrecht: Een zekerheidsrecht dat op roerende zaken kan worden gevestigd.
Parkeerplaats: Een toegewezen ruimte om een auto te parkeren. Dit kan zowel een eigen parkeerplaats zijn op het hoofdperceel of een parkeerplaats op een mandeling terrein.
Passeerdatum: De datum waarop de overdracht van het onroerend goed plaatsvindt bij de notaris.
Passiefhuis: Een zeer energiezuinig huis met een comfortabel binnenklimaat zowel in de winter als in de zomer, zonder traditionele verwarmingssystemen.
Penthouse: Een appartement op de bovenste verdieping van een hoog gebouw, meestal ligt het penthouse over de gehele bovenverdieping maar dit is geen vereiste.
Perceel: Een stuk grond dat als eigendom wordt beschouwd.
Perceeloppervlakte: De grootte van een stuk grond.
Pergola: Een tuinstructuur die meestal bestaat uit een doorgang van verticale palen of pilaren die een rooster ondersteunen, vaak bedekt met klimplanten.
Plandeel: Een onderdeel van een ruimtelijk uitvoeringsplan of bestemmingsplan.
Planschade: Schade die ontstaat als gevolg van een bestemmingsplan.
Plattegrond: Een schaaltekening van de indeling van een gebouw of eigendom.
Plichten van de huurder: Verplichtingen die een huurder moet nakomen volgens een huurovereenkomst.
Plint: Het onderste gedeelte van een binnenmuur dat een andere kleur of textuur kan hebben.
Postzegelkavel: Een klein perceel dat te klein is om te worden ontwikkeld.
Premie A Woning: Een voormalige Nederlandse regeling waarbij goedkope huizen werden gebouwd met overheidssubsidie.
Premiekoopwoning: Een woning die is gebouwd met subsidie van de overheid om het kopen van woningen voor lagere inkomensgroepen mogelijk te maken.
Prijsovereenkomst: Een overeenkomst tussen koper en verkoper over de prijs van een onroerend goed.
Prijspeil: De algemene prijstrend in de vastgoedmarkt op een bepaald moment.
Privaatrecht: Het rechtsgebied dat de relaties tussen burgers onderling regelt, inclusief eigendomsoverdracht.
Privaatrechtelijke beperking: Een beperking op het gebruik van een eigendom als gevolg van een overeenkomst of contract met een andere partij.
Proces-verbaal van oplevering: Document waarin de staat van het onroerend goed wordt vastgelegd op het moment van oplevering.
Proeftijd: Een afgesproken periode waarin een koper of huurder het onroerend goed kan testen of beoordelen voordat de aankoop of huur definitief wordt.
Projectontwikkelaar: Een ondernemer die vastgoedprojecten initieert en realiseert.
Projectontwikkeling: Het proces van het bouwen of verbeteren van gebouwen of land om te voldoen aan de behoeften van de eigenaar of de markt.
Provisie: Een vergoeding of percentage dat aan een agent wordt betaald voor diensten die worden verleend, zoals de verkoop van onroerend goed.
Provisieverbod: Een verbod op het ontvangen van provisie door bijvoorbeeld een hypotheekadviseur van de aanbieder van een financieel product.
Publiek Domein: Eigendom die in handen is van de overheid en bestemd is voor openbaar gebruik.
Publiekrecht: Het rechtsgebied dat de relatie tussen burgers en de overheid regelt, inclusief bestemmingsplannen.
Publiekrechtelijke Beperking: Een beperking op het gebruik van een eigendom opgelegd door de overheid.
Puntensysteem: Een systeem dat wordt gebruikt om de maximale huurprijs van een huurwoning te bepalen op basis van punten voor diverse kenmerken, zoals grootte en faciliteiten.
Puntentelling: Een systeem dat wordt gebruikt om de kwaliteit en waarde van een huurwoning te bepalen.
Bekijk: Alle artikelen