Begrippen makelaardij die met een C beginnen.

e-Book Zó koop je een huis! 4

Calamiteitenfonds: Een fonds dat wordt gebruikt om schade te dekken die is veroorzaakt door een onvoorziene gebeurtenis, zoals een natuurramp.

Canon: Periodieke betaling voor het gebruik van grond die in erfpacht is uitgegeven.

Capaciteitsverklaring: Een verklaring van een financiële instelling over hoeveel geld zij bereid is te lenen.

Casco: Een term die wordt gebruikt om een gebouw aan te duiden dat wind- en waterdicht is, maar verder nog moet worden afgebouwd.

Causa mortis: Een Latijnse term die "door de dood" betekent, vaak gebruikt in de context van overdracht van eigendom bij overlijden.

Causaal verband: De relatie tussen twee gebeurtenissen waarbij de ene de andere veroorzaakt.

Caveat emptor: Een Latijnse term die "laat de koper oppassen" betekent, wat aangeeft dat de koper het risico draagt dat een product niet aan zijn verwachtingen kan voldoen.

Cement: Een materiaal dat wordt gebruikt in de bouw om stenen of stenen samen te binden.

Centrale verwarming: Een systeem dat warmte levert aan alle delen van een gebouw vanuit één centrale bron.

Certificaat van eigendom: Een document dat bewijst dat een persoon de eigenaar is van een bepaald stuk onroerend goed.

Certificaat van geen bezwaar: Een document afgegeven door de overheid waarin staat dat er geen bezwaren zijn tegen een bepaald plan.

Clausule van voorkooprecht: Een clausule in een contract die de houder van het voorkooprecht het recht geeft om een eigendom te kopen voordat het aan een andere partij wordt verkocht.

Clausule: Een bepaling in een contract die bepaalde voorwaarden of vereisten vastlegt.

Clusterverkaveling: Een manier van landontwikkeling waarbij gebouwen dicht bij elkaar worden geplaatst om open ruimte te behouden.

Cognossement: Een document dat wordt uitgegeven door een vervoerder en dat dient als bewijs van het vervoer van goederen.

Commercieel huurcontract: Een contract voor de verhuur van een pand dat voor zakelijke doeleinden wordt gebruikt.

Commercieel vastgoed: Onroerend goed dat wordt gebruikt voor zakelijke doeleinden, zoals kantoren, winkels en fabrieken.

Commercieel vastgoedmakelaar: Een makelaar die gespecialiseerd is in de verkoop en verhuur van commercieel vastgoed.

Commerciële huurovereenkomst: Een contract voor de verhuur van een pand dat wordt gebruikt voor bedrijfsdoeleinden.

Commerciële zone: Een gebied dat is bestemd voor bedrijfsactiviteiten, zoals winkels, kantoren en restaurants.

Commissie: Een vergoeding die aan een makelaar wordt betaald voor het voltooien van een transactie.

Complexbeheerder: Een persoon die verantwoordelijk is voor het beheer van een gebouw of complex van gebouwen.

Concessie: Een overeenkomst waarbij een partij het recht krijgt om iets te doen op het land of eigendom van een ander.

Concurrentiebeding: Een overeenkomst waarbij een partij belooft niet te concurreren met een andere partij in een bepaalde bedrijfstak of geografisch gebied.

Conditiemeting: Een beoordeling van de huidige staat van een gebouw.

Condominium: Een vorm van eigendom waarbij een persoon een individuele eenheid in een gebouw bezit en mede-eigenaar is van de gemeenschappelijke ruimtes.

Consignatie: Het geven van het recht om te verkopen aan een makelaar.

Consignatiecontract: Een contract waarbij een persoon of bedrijf een ander toestaat om zijn eigendom te verkopen.

Constructie: De manier waarop een gebouw of ander bouwwerk is gebouwd.

Constructiefonds: Een fonds dat wordt gebruikt om de kosten van bouwprojecten te dekken.

Constructiejaar: Het jaar waarin een gebouw is gebouwd.

Constructieve waarde: De kosten van het bouwen van een nieuw gebouw, exclusief de waarde van de grond.

Contante waarde: De huidige waarde van een hoeveelheid geld die in de toekomst zal worden ontvangen.

Contra-expertise: Een tweede mening of beoordeling van een expert om de nauwkeurigheid van een eerste beoordeling te controleren.

Contract: Een juridisch bindende overeenkomst tussen twee of meer partijen.

Contractuele verplichting: Een verplichting die een persoon of organisatie heeft als gevolg van een contract.

Contractvrijheid: Het recht van een persoon of bedrijf om contracten naar eigen inzicht te sluiten.

Conversie: De verandering van gebruik van een gebouw, bijvoorbeeld van een bedrijfspand naar een woonhuis.

Coöperatie: Een organisatie die eigendom is van en wordt beheerd door de mensen die er gebruik van maken.

Coöperatief eigendom: Een vorm van eigendom waarbij een groep mensen gezamenlijk een gebouw of een complex van gebouwen bezit.

Coöperatieve vereniging: Een organisatie waarvan de leden gezamenlijk een eigendom of bedrijf bezitten en beheren.

Courtage: De vergoeding die een makelaar in rekening brengt voor zijn diensten.

Courtage: De vergoeding die een makelaar ontvangt voor zijn diensten bij de aan- of verkoop van een huis.

Courtage: De vergoeding die een makelaar ontvangt voor zijn diensten.

Courtageovereenkomst: Een overeenkomst tussen een klant en een makelaar waarin de courtage die de makelaar ontvangt, is vastgelegd.

CPO (Collectief Particulier Opdrachtgeverschap): Een vorm van sociale huisvesting waarbij een groep mensen samenwerkt om hun eigen huizen te bouwen.

Creditcheck: Een onderzoek naar de kredietwaardigheid van een persoon of bedrijf.

Crisis- en herstelwet: Een wet die is ontworpen om het herstel van de economie na een crisis te bevorderen, vaak door de bouw en ontwikkeling van onroerend goed te stimuleren.

Curatele: Een juridische status waarbij een persoon niet in staat is zijn eigen zaken te beheren.

Curator: Een persoon die door de rechtbank is aangesteld om de zaken van een persoon die onder curatele staat te beheren.

Bekijk: Alle artikelen

Reactie plaatsen