Begrippen Makelaardij die met een F beginnen.

Faillissement: Een wettelijke procedure voor het omgaan met schulden die een persoon of bedrijf niet kan betalen.

Faillissementsrecht: Het rechtsgebied dat zich bezighoudt met faillissementen en de rechten en verplichtingen van schuldeisers en schuldenaren.

Familiehypotheek: Een soort hypotheek waarbij de lening wordt verstrekt door familieleden in plaats van een traditionele geldverstrekker.

Fase 1-onderzoek: Een voorbereidend onderzoek om te bepalen of een onroerend goed mogelijk verontreinigd is met gevaarlijke stoffen.

Federale Hypotheekgarantie: Een garantie verstrekt door de overheid die de geldverstrekker beschermt tegen het risico van wanbetaling door de lener.

Federale inkomstenbelasting: De belasting die wordt geheven op het inkomen van individuen en bedrijven door de federale overheid.

Fictieve dienstbetrekking: Een arbeidsrelatie die voor de inkomstenbelasting wordt beschouwd als een dienstbetrekking, ondanks dat deze niet voldoet aan de normale criteria voor een dergelijke relatie.

Financiële administratie: Het proces van het bijhouden van de financiële transacties en informatie van een bedrijf.

Financiële hefboomwerking: Het gebruik van geleend geld om een investering te doen, in de hoop dat de opbrengst van de investering groter zal zijn dan de kosten van de lening.

Financiële markten: Markten waar financiële activa worden verhandeld, zoals aandelen, obligaties, grondstoffen en derivaten.

Financiële middelen: De financiële activa die beschikbaar zijn voor een persoon of bedrijf, zoals contant geld, investeringen en krediet.

Financiële planning: Het proces van het plannen van de financiële toekomst, inclusief investeringen, belastingplanning, pensioenplanning en risicobeheer.

Financiële stabiliteit: De toestand waarin het financiële systeem bestand is tegen schokken en het vermogen heeft om te voldoen aan de vraag naar geld en krediet.

Financiële verslaglegging: Het proces van het opstellen en presenteren van financiële informatie, zoals balansen, winst- en verliesrekeningen en kasstroomoverzichten.

Financiële vrijstelling: Een type verzekering die een lener beschermt tegen het risico van in gebreke blijven van een lening.

Financieringsgat: Het verschil tussen de kosten van een project en het beschikbare geld om het te financieren.

Financieringslasten: De kosten die samenhangen met het lenen van geld, zoals rentebetalingen en afsluitkosten.

Financieringsvoorbehoud: Een clausule in een koopcontract die de koper het recht geeft om de overeenkomst te annuleren als hij de benodigde financiering niet kan krijgen.

Fiscaal advies: Professioneel advies over belastingzaken.

Fiscaal jaar: Een periode van 12 maanden die wordt gebruikt voor boekhoudkundige en belastingdoeleinden, die niet noodzakelijk overeenkomt met het kalenderjaar.

Fiscaal partnerschap: Een regeling waarbij twee personen die samenwonen voor belastingdoeleinden als partners worden beschouwd.

Fiscaal voordeel: Een belastingvoordeel dat wordt geboden door de overheid om bepaald gedrag te stimuleren, zoals het kopen van een huis.

Fiscale aftrekbaarheid: De mogelijkheid om bepaalde uitgaven af te trekken van het belastbaar inkomen.

Fiscale eenheid: Een groep bedrijven die voor belastingdoeleinden als één entiteit wordt beschouwd.

Fiscale transparantie: Het principe dat belastingbetalers volledige en nauwkeurige informatie moeten verstrekken aan de belastingautoriteiten.

Fiscale wetgeving: De wetten die de belastingheffing door de overheid regelen.

Fiscale zaken: Zaken die betrekking hebben op belastingen, waaronder belastingplanning, belastingaangifte en belastinggeschillen.

Flexibel krediet: Een type krediet dat de lener toestaat om geld op te nemen en terug te betalen binnen een bepaalde kredietlimiet.

Flexibele hypotheek: Een soort hypotheek die de lener meer flexibiliteit biedt in termen van betalingen en de looptijd van de lening.

Flinke verbouwing: Een grote verbouwing van een gebouw, die aanzienlijke veranderingen in de structuur of indeling van het gebouw met zich meebrengt.

Fonds voor gemene rekening (FGR): Een beleggingsfonds waarbij de investeerders gezamenlijk eigendom hebben van de activa van het fonds.

Fondsbeheerder: Een persoon of bedrijf dat verantwoordelijk is voor het beheer van de activa van een beleggingsfonds.

Fondsen op naam: Een beleggingsfonds waarbij de investeerder de eigenaar is van de specifieke activa in het fonds.

Foreclosure: Het proces waarbij een geldverstrekker het eigendom van een onroerend goed overneemt nadat de lener in gebreke is gebleven met de hypotheekbetalingen (ook wel gedwongen verkoop genoemd).

Forfaitaire betaling: Een eenmalige betaling die een reeks toekomstige betalingen vervangt.

Fraude: De opzettelijke misleiding van een persoon of bedrijf om financieel voordeel te behalen.

Functiemix: De combinatie van verschillende functies of gebruikstypen binnen een gebouw of gebied, zoals residentieel, commercieel en industrieel gebruik.

Functieomschrijving: Een gedetailleerde beschrijving van de taken, verantwoordelijkheden en vereisten van een bepaalde baan.

Functieverandering: Het proces van het veranderen van het gebruik van een gebouw of een stuk land, bijvoorbeeld van residentieel naar commercieel gebruik.

Functiewaardering: Het proces van het bepalen van de relatieve waarde van verschillende banen binnen een organisatie om een eerlijk beloningssysteem te creëren.

Functionele obsolescentie: Een vermindering van de waarde van een onroerend goed als gevolg van verouderde ontwerpelementen die niet meer voldoen aan de huidige normen of behoeften.

Funderingsherstel: Het proces van het repareren of versterken van de fundering van een gebouw.

Funderingsinspectie: Een inspectie van de fundering van een gebouw om eventuele problemen of gebreken te identificeren.

Funderingsonderzoek: Een onderzoek naar de stabiliteit en kwaliteit van de fundering van een gebouw.

Funderingsproblemen: Problemen met de stabiliteit of sterkte van de fundering van een gebouw, die kunnen leiden tot structurele problemen met het gebouw zelf.

Fusie- en overnameadvies (M&A): Professioneel advies over het proces van het samenvoegen of overnemen van bedrijven.

Fusie: Het proces waarbij twee of meer bedrijven samengaan tot één enkele entiteit.

Fusiebeding: Een clausule in een contract die bepaalt wat er gebeurt als een van de partijen fuseert met een ander bedrijf.

Fusievoorstel: Een voorstel om twee of meer bedrijven samen te voegen tot één entiteit.

Fysieke depreciatie: Het verlies aan waarde van een onroerend goed als gevolg van fysieke slijtage of veroudering.

Reactie plaatsen