Makelaarsbegrippen die met een O beginnen

e-Book Zó koop je een huis! 4

Omgevingsrecht: Het geheel van regels en voorschriften met betrekking tot de inrichting van de ruimte.

Omgevingsvergunning: Een vergunning die nodig is voor het uitvoeren van bepaalde werken of activiteiten die effect hebben op de fysieke leefomgeving.

Omzetbelasting: Belasting die wordt geheven op de toegevoegde waarde die ontstaat tijdens de productie en distributie van goederen en diensten.

Onder bod zijn: De status van een pand waarvoor een bod is uitgebracht dat wordt overwogen door de verkoper.

Onder bod: Een term die wordt gebruikt om aan te geven dat een koper een bod heeft uitgebracht op een huis en dat de verkoper dit bod in overweging neemt.

Ondererfpacht: Een overeenkomst waarbij de erfpachter (degene die de grond van een ander in erfpacht heeft) een deel van zijn rechten overdraagt aan een derde partij.

Onderhandelingsruimte: Het verschil tussen de vraagprijs van een huis en het bedrag dat de verkoper minimaal wil hebben.

Onderhandse verkoop: Een verkoop die direct tussen de koper en verkoper plaatsvindt, zonder tussenkomst van een veiling.

Onderhandse verkoopwaarde: De geschatte prijs die een pand zou opleveren bij een vrije verkoop aan de hoogste bieder.

Onderhoudscontract: Een contract waarin de afspraken tussen de huiseigenaar en een servicebedrijf zijn vastgelegd over het onderhoud van het pand.

Onderhuur: De situatie waarin een huurder een deel of het gehele gehuurde pand aan iemand anders verhuurt.

Onderwaarde: Het verschil tussen de marktwaarde van een huis en de resterende hypotheekschuld, als de schuld hoger is dan de marktwaarde.

Onrendabele top: Het deel van de investering in een vastgoedproject dat niet kan worden terugverdiend uit de huuropbrengsten.

Onroerend goed: Een stuk grond en alles wat daarop staat, zoals een huis of gebouw, en de rechten die daarmee verbonden zijn. Onder onroerend goed worden grond inclusief panden (zaken) die duurzaam met de grond verenigd zijn verstaan. Een huis, bedrijfspand of fabriek plus bijbehorende grond worden onroerende goederen, onroerende zaken of vastgoed genoemd. Tafels, kasten, computers en stoelen zijn roerende goederen. Deze zijn immers niet vast verbonden met de grond of het pand. De ramen, het toilet, de keuken, een tuinhuisje, lichtknoppen en de meterkast zijn wel verankerd met de grond of het pand en behoren dus wel tot de definitie. De term ‘onroerend’ verwijst daarom naar het niet verplaatsbare karakter van goederen.

Ontbindende voorwaarden: Voorwaarden die in een contract zijn opgenomen waaronder een partij het contract kan ontbinden. Bij de koop- en verkoop van een huis gaat het om het koopcontract, ook wel de koopovereenkomst genoemd. 

Onteigening: De macht van de overheid om privé-eigendom in beslag te nemen voor openbaar gebruik.

Ontruimingsclausule: Een clausule in een huurovereenkomst die de huurder verplicht het pand te verlaten na afloop van het huurcontract.

Ontsluiting: De manier waarop een perceel verbonden is met het openbare wegennet.

Opbod: Een veilingmethode waarbij de prijs van een item wordt verhoogd tot de hoogste bieder het koopt.

Open huis: Een evenement waarbij een huis te koop wordt aangeboden en potentiële kopers het huis zonder afspraak kunnen bezichtigen. Dit kunnen zowel de Landelijke Open Huizendag zijn danwel separaat georganiseerde open huizendagen of zelfs een kijkuurtje wat vaak de status Open Huis krijgt.

OpeningsbodHet eerste bod dat een koper op een huis doet.

Oplevering: De fase in een bouwproject waarbij het voltooide werk aan de opdrachtgever wordt gepresenteerd.

Opleveringsinspectie: Een inspectie van een huis bij de oplevering om te controleren of het huis wordt opgeleverd volgens de overeengekomen specificaties.

Opslagruimte: Extra ruimte die kan worden gebruikt om items op te slaan, vaak buiten het hoofdgebouw.

Opstal: Gebouwen of werken die duurzaam met de grond zijn verenigd, zowel direct (zoals gebouwen) als indirect (zoals beplantingen, bestratingen).

OpstalverzekeringEen verzekering die de eigenaar van een pand dekt tegen schade aan het pand zelf.

Optie: Een recht dat de potentiële koper een bepaalde periode geeft waarin hij de enige persoon is die het pand kan kopen.

Opzegtermijn: De tijd tussen de aankondiging dat een contract wordt beëindigd en de daadwerkelijke beëindiging.

Oriënterende aankoopkeuring: Een beknopte keuring om een globale indruk te krijgen van de staat van een woning.

Ouderschapsverlofkorting: Een korting op de belasting die ouders kunnen krijgen als ze ouderschapsverlof opnemen.

Overbruggingshypotheek: Een tijdelijke hypotheek die huiseigenaren helpt om de periode te overbruggen tussen het kopen van een nieuw huis en het verkopen van hun oude huis.

Overbruggingskrediet: Bij een overbruggingskrediet leen je tijdelijk het bedrag dat vrij zal komen uit de verkoop van jouw huidige woning. Je hoeft dan niet te wachten tot de huidige woning is overgedragen en betaald. Een overbruggingskrediet is dus nodig als de overwaarde van de oude verkochte woning nog niet is vrijgevallen en je daar wel over wilt beschikken bij de aankoop van je nieuwe huis.

Overdrachtsakte: Een document opgemaakt door de notaris dat de overdracht van onroerend goed van de verkoper naar de koper bevestigt.

Overdrachtsdatum: De overdrachtsdatum is de datum waarop de woning wordt overgedragen aan de nieuwe eigenaar. Bij de notaris wordt de akte van levering getekend, waarna de koper de sleutel van de woning ontvangt en de woning formeel in eigendom komt van de koper. Deze datum wordt tijdens de onderhandelingen in onderling overleg tussen koper en verkoper bepaald en vervolgens vastgelegd in de koopakte.

Overlijdensrisicoverzekering: Een verzekering die een bepaald bedrag uitkeert als de verzekerde overlijdt voordat de polis afloopt.

Overwaarde: Het verschil tussen de marktwaarde van een huis en de resterende hypotheekschuld, als de marktwaarde hoger is.

OZB (Onroerendezaakbelasting): Een jaarlijkse belasting die huiseigenaren betalen op basis van de waarde van hun onroerend goed. Oftewel onroerendezaakbelasting. OZB is een belasting die huiseigenaren jaarlijks aan de gemeente betalen. Ook als u uw pand niet als woning gebruikt, betaalt u OZB. De gemeente bepaalt de hoogte van de OZB aan de hand van de WOZ-waarde. Gemeenten zijn vrij in het vaststellen van het OZB-tarief. Wel bepaalt het kabinet ieder jaar met hoeveel procent de totale opbrengst van de OZB van alle gemeenten samen maximaal mag stijgen.

Bekijk: Alle artikelen

Reactie plaatsen